FYSICA VAN SAMENWERKING logo
ONTDEKKERS VAN KRACHTENFUSIE
 
 

  • Filosofie
 
 











HET 4B-MODEL

Het 4B-model is een hulpmiddel om de pluriformiteit in de samenleving hanteerbaar te maken. De complexiteit daarvan wordt in het model gereduceerd tot vier basiskrachten die in de moderne westerse samenleving aanwezig zijn. De basiskrachten hebben fundamenteel verschillende invalshoeken en vertegenwoordigen uiteenlopende kerncompetenties. Elke basiskracht is dan ook te zien als de representant van een verzameling actoren in de samenleving, waarvan het gemeenschappelijke kenmerk is dat zij van nature een vergelijkbare rol spelen in het maatschappelijk proces en daarin een onderscheidende inbreng leveren.

De vier basiskrachten

Het 4B-model benoemt de vier basiskrachten in de samenleving als volgt:

  • Burger: als eindgebruiker de drijvende kracht achter de opgave
  • Bedrijf: de ontwikkelende kracht
  • Bestuurder: de richtinggevende kracht voor het collectief
  • Bureaucraat: de ondersteunende en borgende kracht

Elke basiskracht staat voor een specifieke rol en inbreng in het proces van krachtenfusie die niet kan worden gemist om tot een goed resultaat te komen. Bij deze verschillende rollen horen specifieke kwaliteiten, eigenschappen en vermogens die elk van betekenis zijn in het proces van krachtenfusie.

De burgerkracht staat voor de eindgebruiker, klant, consument, bewoner etc. Het zijn de behoeften van deze basiskracht die leidend zijn bij de formulering van de opgave voor het proces van krachtenfusie. In zekere zin is de burgerkracht te beschouwen als de opdrachtgever daarvoor. De cruciale bijdrage van de burgerkracht in het proces van krachtenfusie is dan ook het formuleren van de individuele preferenties van de eindgebruiker en de urgentie van de opgave.

De bedrijvenkracht heeft bij uitstek oog voor kansen voor nieuwe ontwikkelingen en beschikt over het creatief vermogen om te voorzien in actuele of latente behoeften van de eindgebruiker. De cruciale bijdrage vanuit de bedrijvenkracht in het proces van krachtenfusie is het ontwerpen van praktische en creatieve oplossingen voor (delen van) de opgave.

De bestuurderskracht vertegenwoordigt de collectieve waarden en beschikt bij uitstek over het vermogen visies te formuleren en deze te verbeelden. In het proces van krachtenfusie heeft de bestuurderskracht de rol om toekomstperspectieven te scheppen en daarmee richting te geven aan de uitwerking van de opgave vanuit de gezamenlijke ambitie.

De bureaucratenkracht heeft bij uitstek oog voor de stabiliteit en zorgt er voor dat zorgvuldigheid wordt betracht in de uitwerking van de opgave zodat oplossingen passen binnen de kaders van wet- en regelgeving. De bureaucratenkracht beschikt bij uitstek over het vermogen om verbanden aan te brengen met andere belangen en het proces zo te organiseren dat een haalbaar plan ontstaat en dat de kwaliteit van besluitvorming en uitvoering worden geborgd.

De vier basiskrachten vullen elkaar aan en zorgen voor de noodzakelijke balans in een samenwerkingsproces. Er is zodoende sprake van een analogie met de elementenleer, waarin de elementen lucht, water, vuur en aarde in combinatie met elkaar voor balans zorgen.

Een toets op de aanwezigheid van de vier krachten/elementen maakt dat kan worden verzekerd dat het maximale rendement wordt gehaald uit pluriformiteit. Het is voorts zaak dat de basiskrachten daarbinnen op basis van gelijkwaardigheid opereren, elkaar respecteren en hun eigen natuurlijke rol spelen en dus niet de rol van een andere kracht overnemen. De aan de vier rollen toegeschreven competenties zijn uiteraard kwaliteiten die in individuele personen aanwezig zijn. Dat betekent dat het model ook inzicht geeft in welke combinatie van competenties op persoonlijk niveau vereist is om samenwerkingsprocessen tot een succes te maken.