FYSICA VAN SAMENWERKING logo
ONTDEKKERS VAN KRACHTENFUSIE
 
 

  • Filosofie
 
 











DE STADIA VAN KRACHTENFUSIE

Krachtenfusie kunnen we beschouwen als de overtreffende trap van samenwerking. De implicatie daarvan is dat Krachtenfusie geleidelijk zal moeten groeien. Misschien zijn er al minder intensieve samenwerkingsvormen die dan dankzij hun succes versterkt kunnen worden voortgezet. Maar het kan ook zijn dat je van het begin af aan begint om vervolgens een aantal stadia te doorlopen. Deftig gezegd: de samenwerking maakt een evolutieproces door. Dat proces kunnen we verbeelden met behulp van de voedende cyclus uit het AEO-kwaliteitsmodel.


In het evolutieproces naar Krachtenfusie zien we (theoretisch) de volgende stappen:

de 0-situatie: co-existentie

Als we nog geen samenwerking bespeuren dan noemen we die situatie (vreedzame) co-existentie. Partijen opereren dan op eigen kracht en los van elkaar. Ze proberen te vermijden om met elkaar in een confronterende situatie te komen. Partijen streven naar optimalisatie van hun activiteiten binnen hun eigen domein, ze vermijden daarbij externe effecten voor anderen. Treden die toch op dan vindt er overleg over compensatie plaats.

van co-existentie naar associatie

Soms zien we dat de co-existentie niet langer vreedzaam is. Een andere keer dat partijen tot het inzicht komen niet op eigen kracht de gewenste resultaten te kunnen boeken. Dat is het moment om een basis te scheppen voor uitwisseling van ambities en urgenties. Zo kunnen we een fundament leggen van onderlinge afhankelijkheden, overeenstemming in opvattingen, belangen en/of waarden, dan wel een onderlinge versterking van het vermogen om waarde te creëren. Dat schept de basis voor het aangaan van een associatie met partijen die in beginsel bereid zijn om tot samenwerking te komen rond een thema, opgave of vraagstuk.

van associatie naar coalitie

Wanneer een associatie is gevormd zullen partijen nader verkennen of ze een gezamenlijke opgave kunnen formuleren. Ook bekijken ze welke partijen bij die opgave relevant kunnen zijn. Dat kunnen ook partijen zijn die op dat moment nog niet in de associatie betrokken zijn. Die worden dan benaderd om te gaan deelnemen. Zo ontstaat uiteindelijk een coalitie van partijen die het gezamenlijke vermogen hebben een vraagstuk aan te pakken en daarbij meerwaarde te creëren.

van coalitie naar consortia

In de coalitie werken de partijen samen met als doel oplossingsrichtingen te kunnen ontwikkelen voor het eerder gedefinieerde vraagstuk. Vaak zullen daarbij binnen het grotere geheel perspectieven ontstaan op deeloplossingen. Rond die deeloplossingen kunnen zich dan weer kleinere samenwerkingsverbanden vormen die het karakter hebben van consortia. Sommige deeloplossingen kunnen we los van andere realiseren, maar vaak zul je zien dat er sprake is van een onderlinge afhankelijkheid van andere deeloplossingen. In dat geval moeten we een samenhangende strategie ontwikkelen met een programmatische aanpak, waarin de afstemming tussen de consortia vorm krijgt.

van consortia naar coöperatie

Het volgende stadium wordt bereikt als er zicht is op een uitvoerbare strategie. Want dan zullen de deelnemers met elkaar tot afspraken willen komen over hoe de verschillende vormen van waardecreatie zich tot elkaar verhouden. Duidelijk is in ieder geval dat aan alle belangen van de betrokken partijen in enigerlei vorm recht zal moeten worden gedaan. Daarbij zullen vaak vereveningsmechanismen (iedere partij heeft recht op een gelijkwaardig deel) voor nodig zijn. In dit stadium draait het dan ook om het bereiken van synchronisatie van waardecreatie op uiteenlopende doelstellingen. Het samenwerkingsverband krijgt daarmee het karakter van een coöperatie, waarbinnen zowel gezamenlijke als afzonderlijke waardecreatie wordt gecombineerd.

van coöperatie naar creërende alliantie

Het laatste stadium in het proces naar een krachtenfusie is een lastige. Voor het samenwerkingsverband moeten we een arrangement kiezen waarin het geheel aan bereikte resultaten zal worden geborgd. Deze opgave is veeleisend omdat er in krachtenfusie van wordt uitgegaan dat de vier basiskrachten tot samenwerking komen. Het betekent dat volstrekt ongelijksoortige partijen tot gezamenlijke besluitvorming moeten komen en met elkaar een langdurig commitment moeten aangaan. Daar bestaat nog relatief weinig ervaring mee.

Het arrangement zal in alle gevallen de vorm aannemen van een alliantie die zich verbindt aan een lange termijn perspectief met daarbinnen concrete afspraken over het realiseren van deeloplossingen. Daarom spreken we van een creërende alliantie.

opgaven per stadium

Bij de doorlopen van het evolutieproces zijn per stadium uiteenlopende opgaven aan de orde die corresponderen met de vijf elementen van samenwerking. Conform de twee cycli uit het AEO-model interacteren deze met elkaar.